VLISSINGEN - Een ruzie in een supermarkt eindigt op 22 juni 2025 in een schietpartij met fatale gevolgen voor een 44-jarige inwoner van Vlissingen. Het Openbaar Ministerie eist veertien jaar gevangenisstraf tegen de vermoedelijke schutter (24).


Het incident speelt zich af in een winkel aan de Papegaaienburg in Vlissingen, waar de verdachte op die zondagmiddag in juni even voor twaalf uur boodschappen doet met zijn vriendin. In de supermarkt krijgt zij het aan de stok met een andere vrouw die op dat moment videobelt met haar partner. De woordenwisseling draait uit op een schermutseling.

Vechtpartij in winkel

Vanwege het conflict besluit de partner van de bellende vrouw direct naar de winkel te komen. Op camerabeelden van de supermarkt is te zien hoe hij binnen een paar minuten met zijn vader (het latere slachtoffer) binnenkomt. Volgens getuigen ontstaat een vechtpartij tussen vader, zoon en de verdachte en haalt winkelpersoneel de mannen uit elkaar.

De verdachte loopt dan via de kassa’s richting uitgang, terwijl het slachtoffer een kortere route kiest via de toegangspoortjes. Als ze vlakbij de ingang tegenover elkaar komen te staan, trekt de verdachte plotseling een vuurwapen en lost hij een schot. Vlak daarna schiet hij nog een keer. Beide kogels raken het slachtoffer, dat nog wel naar buiten loopt maar daar in elkaar zakt. Ondanks reanimatie door omstanders overlijdt hij aan zijn verwondingen.

Geen noodweersituatie

Uit het dossier komt niet naar voren dat de verdachte van plan was om het slachtoffer om het leven te brengen dus gaat het Openbaar Ministerie niet uit van moord, maar doodslag. En anders dan de verdachte beweert, was er volgens het OM geen sprake van een noodweersituatie. “Van enige angst of paniek blijkt niets uit de camerabeelden”, lichtte de officier van justitie toe in zijn requisitoir.

Het OM rekent het de verdachte zwaar aan dat hij, terwijl hij in een schorsing liep voor geweldsfeiten, op klaarlichte dag in een drukbezochte supermarkt een vuurwapen trok en twee keer de trekker overhaalde. “De schrik bij winkelend publiek is terug te zien op de camerabeelden. Klanten, onder wie een moeder met een jong kind, en het personeel worden ongewild getuige van een dodelijke schietpartij. Net als de nabestaanden dienen zij dit de rest van hun leven met zich mee te dragen”, aldus de officier.

Deskundigen hebben bij de verdachte een ‘zwakbegaafd intelligentieniveau en een onrijpe persoonlijkheid’ geconstateerd waardoor hij licht verminderd toerekeningsvatbaar was tijdens het delict. Dat heeft de officier van justitie meegewogen bij zijn strafeis van veertien jaar gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest.

Naast de gevangenisstraf vraagt het OM de rechtbank ook om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (gvm) op te leggen. Hiermee is het mogelijk om na detentie langdurig toezicht uit te oefenen op de verdachte.

De rechtbank doet op 27 mei uitspraak.